HET IS EEN MOOIE DAG.

Geschreven op 10 december 2015 - Geplaatst in de categorie Jitzke Personal - Nog geen reacties

web20150517-JitzkeGrijpstraPhotography-3851-2

“…One down, two to go. Ik heb alle deuren los gegooid in de hoop dat een aantal in mijn gezelschap de routine nu wel kennen en hun ding doen. Wat resulteert dat ik daarna mijn zoon in de kofferbak aantref en de hond zich in een autostoeltje heeft gepropt. En het gekke is, beiden lijken erg content met…”

Ik ben opgevoed met het motto voor niets gaat de zon op. Hard werken en bewijzen dat je het zelf kunt en vooral dat je moest vechten voor waar je in geloofde. Ik ben mijn moeder dankbaar voor die mentaliteit die zij mij heeft bij gebracht.

Maar de laatste jaren ben ik tot inkeer gekomen waarin ik al die tijd zo rotsvast in geloofde. Ik had doelen, streefde ze na, af en toe behaalde ik ze en meer dan eens ging ik op mijn smoel. Stress stapelde zich op en mijn lichaam liet het steeds vaker afweten. Ik leerde dat ik niet een miljarden bedrijf hoefde te leiden om overspannen te kunnen raken. Oh, ik leerde nog veel meer. Maar ik besloot dat het tijd was om prioriteiten te verschuiven. Ik zou mijzelf op de eerste plaats zetten en dan de rest. Herinner jij de stewardess met dat zuurstofmasker? Nou dat mislukte dus compleet. Ik ben in een hoop dingen niet goed en deze vulde ik keurig onderaan in het rijtje. Eerst maar eens kleinere stapjes nemen dan. Minder stress. Heerlijk. Goed idee. Stress begint in mijn hoofd -joh- en als het zich daar een lekker nestje heeft gevonden met veel voedsel en chocola blijft ‘ie wat langer logeren, tot het uiteindelijk aan mijn lijf begint te knabbelen.

Ik besloot om prioriteiten te stellen. Letterlijk, op een lijstje. Eerst dit, dan dat. Nee, dit kan later, maar dat moet nu. Etc. En waar ik nog steeds moeite mee heb, hulp inschakelen. Dit is al een eye opener. Dit in mijn leven implementeren is al een beste opgave. Ik moet lachen nu ik dit schrijf. Aansteller.

Ohja, ik ga ook weer proberen wat liever voor mijzelf te zijn.
Laatst zat het mij weer hoog. Ik probeerde twee kinderen, een herdershond, een kinderwagen en twee grote tassen in een afzienbare tijd in de auto te krijgen. De oudste en de herdershond -jut en jul- werden al zenuwachtig van mijn gehaast en terwijl de hond bang was dat ‘ie vergeten zou worden, kreeg de oudste las van het tegenovergestelde; verlatingsangst. Maar dan van ons huis. Mijn jongste had ik in een te groot skipak van haar broer in de maxicosi gepropt en je zag in haar grote ogen precies wat ze dacht. ‘Niet poepen, niet poepen, nu alsjeblieft niet gaan poepen.’ En jahoor. Het skipak en drie lagen kleertjes konden weer uit en ik kon gelijk even schone sokken pakken, omdat ze haar voetje los wurmde als een volleerde yogi en ‘m door de stront haalde. Daarna zette ze zich met datzelfde voetje tegen mijn buik afwaardoor ik ook een schoon shirt aan kon trekken. Beneden klonk het non-stop “wat gaan we doehoen?” Terwijl ik mijn nek brak over de hond die besloot dat het beter was niet van mijn zijde te wijken. De oudste wil geen jas aan. Prima, dan ga je maar kou leiden. Eenmaal buiten was het te koud en konden we niet verder tot er een jas en een muts om hem heen zat. Toen bleek ook nog eens de verkeerde auto voor ons klaar te staan -jep, en hij is nog geen drie- en wilde meneer niet in zijn stoeltje. Hij kon beter gaan sturen. Maxicosi ondertussen in de auto. One down, two to go. Ik heb alle deuren los gegooid in de hoop dat een aantal in mijn gezelschap de routine nu wel kennen en hun ding doen. Wat resulteert dat ik daarna mijn zoon in de kofferbak aantref en de hond zich in een autostoeltje heeft gepropt. En het gekke is, beiden lijken erg content met hun verovering. Ik sommeer de hond van de achterbank en die beland dan pardoes in de kinderwagen omdat zij meer onder de indruk is van mijn stemverheffing dan mijn zoon. Deze sleur ik na een korte woordenwisseling naar zijn stoel en trek hem zo strak in de gespen dat zijn bloedtoevoer bijna afgesloten wordt. Doutzen kan het ondertussen allemaal niet meer aanzien en begint te huilen. Achteraf blijkt dat ze het inderdaad niet meer aan kon zien omdat haar muts voor haar gezicht was gezakt. En dat na drie lezingen in 1 week aan mijn man, dat ze absoluut haar mutsje niet op mag in de auto. Snel muts in m’n zak en mijzelf beloven dit maar niet aan manlief te vertellen. Overal om mij heen sla ik deuren dicht en spring ik in de auto. Niet voor ik eerst weer huis ben binnen gegaan waar twee tassen op de keukentafel op mij liggen te wachten.

In de auto stel ik nog even de stoel in voor ik in de spiegel kijk. En verrek, ze zitten er alledrie. keurig in de kinderstoel, maxicosi en ja, nog steeds in de kinderwagen.
Tijze kruist mijn blik en zegt; “Mamma, het is een mooie dag.”

Geef een reactie